Castratie kat

Bij een castratie van de kater worden de beide testikels (zaadballen) verwijderd. Daardoor wordt de productie van zaadcellen en mannelijk hormonen voorkomen. Een kater wordt geslachtsrijp als hij zeven tot negen maanden oud is. Hij krijgt dan een sterke neiging om zijn territorium vast te stellen, door bijvoorbeeld te sproeien; met de staart omhoog en met een trillende beweging tegen allerlei voorwerpen urine sproeien. Daarmee laat hij geursporen achter. Ten slotte vechten ze met soortgenoten om het territorium af te bakenen.

Wanneer castreren?
Castreren van een kater is het beste vanaf zes maanden oud. Mocht uw kater beginnen met sproeien, dan kunt u hem het beste meteen laten castreren. Hoe langer de kater sproeit, des te kleiner de kans dat dit hinderlijke gedrag verdwijnt na de castratie.


Voordelen castratie:

§  100% garantie dat de kater geen poezen meer kan bevruchten

§  Binnen een paar weken verdwijnt de katergeur

§  Uw kater wordt huiselijker en gezelliger

§  Door minder vechtlust neemt de kans op ontstekingen en vechtabcessen aanzienlijk af

§  Meestal verdwijnt ook de geldingsdrang, het territoriumgedrag, zoals het sproeien


Nadelen castratie:

§  Kan geen poezen meer bevruchten

§  Overgewicht

§  Er bestaat nog een hele kleine kans op sproeien ( ongeveer 10% van de katers )


Hoe verloopt de operatie?
De operatie verloopt onder volledige narcose. Bij een castratie verwijderen we de testikels en wordt het bloedvat met de zaadstreng met elkaar verknoopt. Het is belangrijk dat u de kater in de morgen komt brengen in de kliniek en dat hij nuchter is. Dit houdt in dat hij vanaf 20:00u de dag voor de operatie niet meer mag eten, alleen drinken. In de ochtend kan hij weer worden opgehaald.

Bij een castratie van een kater hoeven de sneetjes niet te worden gehecht.