Sterilisatie hond

Loopsheid
Een teef wordt gemiddeld op de leeftijd  van zes tot achttien maanden voor de eerste keer loops kleine rassen eerder dan grotere rassen. Een teef wordt gemiddeld haar hele leven twee keer per jaar loops. Indien u geen nestje wil, is ons advies uw teef op 2 tot 3 maanden na de eerste loopsheid te laten steriliseren. We raden het af om het net na de loopsheid te doen, omdat de gezwollen baarmoeder het risico vergroot op bloedingen.
 
Waarom steriliseren?
  • Geen loopsheid meer
  • Geen schijnzwangerschap
  • Geen zwangerschap
  • Voor 2 jaar gesteriliseerd beduidend minder kans op melkkliertumoren
  • Geen baarmoederontsteking meer op latere leeftijd
  • Minder kans op het ontstaan van suikerziekte
  • Hogere levensverwachting
Nadelen van sterilisatie:
  • Karakterveranderingen. De teef kan zich wat dominanter ( mannelijker ) gaan gedragen.
  • Verandering van vachtstructuur. Vollere en vaak krullerige vacht, vooral bij langharige honden wat zorgt voor meer onderhoud.
  • Neiging tot overgewicht. Te voorkomen door vanaf het moment van sterilisatie 15 tot 25% minder voer te geven.
  • Geen mogelijkheid meer om pups te krijgen.
  • In circa 10% van de gevallen wordt incontinentie beschreven. Meestal zijn dit grote en/of zwaardere honden. Dit is vaak met medicatie goed op te lossen.
Hoe verloopt de operatie?
De operatie verloopt onder volledige narcose. Bij een sterilisatie verwijderen we met een kleine snee de eierstokken en soms de baarmoeder. Het is belangrijk dat als u de teef in de morgen komt brengen in de kliniek dat ze nuchter is. Dit houdt in dat ze vanaf 20:00u de dag voor de operatie niet meer mag eten, alleen drinken. Op het einde van de dag kan ze worden opgehaald. Vaak raden we u nog een hondenkraag en/of Medical petshirt aan om te voorkomen dat ze aan de wond bijt of likt.

Het is belangrijk dat je na de operatie de hond zo rustig mogelijk probeert te houden. Dit wil zeggen: geen ruwe spelletjes, niet springen en niet spelen met andere honden. Hiermee willen we voorkomen dat de hechtingen in de buikwand uitscheuren.

De buikwand wordt gehecht met oplosbaar hechtmateriaal. Dus de meeste hechtingen zullen niet zichtbaar zijn, maar het kan zijn dat een of twee knoopjes aan de buitenzijde zitten.  Na de operatie wordt het kleine sneetje beplakt met een pleister.